Statuten
|
HOOFDSTUK I |
|
|
VORM Art. 1 Het Instituut is een beroepsvereniging die de rechtspersoonlijkheid geniet, en waarvan het bestaan geregeld wordt door de wet van éénendertig maart achttienhonderd achtennegentig van toepassing op de beroepsverenigingen. BENAMING Art. 2 Het Instituut draagt de naam “INSTITUUT VAN DE ACTUARISSEN IN BELGIE” in het Nederlands, “INSTITUT DES ACTUAIRES EN BELGIQUE” in het Frans, “INSTITUTE OF ACTUARIES IN BELGIUM” in het Engels, afgekort “IA|BE”. Elk van deze benamingen kan afzonderlijk worden gebruikt. ZETEL Art. 3 De maatschappelijke zetel is gevestigd in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. TAAK Art. 4 Het Instituut heeft tot taak om in België de beroepsbelangen van haar leden te behartigen, te beschermen, te bevorderen, te vertegenwoordigen en te verdedigen alsook om mee te werken aan de verdere uitbouw van het beroep van actuaris. Om dit doel te bereiken, zal het Instituut in het bijzonder: 1° vergaderingen organiseren van wetenschappelijke of sociale aard; 2° informatie verzamelen die nuttig is voor de uitoefening van het beroep van haar leden en ze verspreiden; 3° het openbaar gezag, de financiële instellingen als mede de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen bijstaan in het onderzoek van de problemen die behoren tot het beroepsdomein; 4° waken over de actuariële opleiding van haar leden met al de vereiste waarborgen betreffende beroepsernst, bevoegdheid, onafhankelijkheid, objectiviteit, waardigheid, vertrouwelijkheid en beroepseerlijkheid; 5° contacten onderhouden met alle instellingen van het land die onderwijs in de Actuariële Wetenschappen verstrekken; 6° een deontologisch en normatief kader voor het uitvoeren van de opdrachten die aan haar leden worden toevertrouwd uitwerken; 7° contacten onderhouden met de buitenlandse actuarissen en hun nationale verenigingen, alsook met elke internationale vereniging van actuarissen; 8° haar leden vertegenwoordigen bij al dan niet officiële instanties, nationaal of internationaal; 9° de achting en het wederzijds respect tussen haar leden in de hand werken; 10° de ledenlijst bijhouden.
|
|
|
HOOFDSTUK II |
|
|
Art. 5 De leden van het Instituut zijn onderverdeeld in vijf categorieën: effectieve leden, kandidaat leden, geassocieerde leden, ereleden en corresponderende leden. A. Om effectief lid te worden, moet men: 1° het bewijs leveren van een grondige theoretische kennis van de actuariële wetenschappen. De documenten die dit bewijs leveren, zoals bepaald in het Huishoudelijk Reglement, dienen bezorgd te worden aan het Accreditatiecomité; 2° geslaagd zijn voor een bekwaamheidsproef die door het Instituut georganiseerd wordt; 3° er zich schriftelijk toe verbinden de Deontologische Code te respecteren; 4° beschikken over 3 jaar ervaring in de uitoefening van het beroep van actuaris of in het onderwijzen in het domein van de actuariële wetenschappen; 5° het beroep van actuaris uitoefenen of onderwijzen in het domein van de actuariële wetenschappen; 6° er zich schriftelijk toe verbinden om zich op een permanente wijze te blijven vormen; 7° in België wonen of beroepsmatig actief zijn. B. Om kandidaat lid te worden, moet men voldoen aan alle voorwaarden zoals vermeld onder A., behalve aan voorwaarden 2° en 4°.Op het moment dat de voorwaarden zoals opgenomen in A.2° en A.4° voldaan zijn, kan het kandidaat lid effectief lid worden. C. Om geassocieerd lid te worden, moet men voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in A.1° en A.3°. Effectieve leden die niet langer voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in A.5°, 6° of 7° worden geassocieerde leden. Een lid van een nationale vereniging van actuarissen, erkend door de Groupe Consultatif (GC) en/of de International Actuarial Association (IAA), kan mits het voorleggen van een bewijsstuk van lidmaatschap van de desbetreffende vereniging geassocieerd lid van het Instituut worden. Het lid heeft dezelfde rechten en plichten als de andere geassocieerde leden van het Instituut. D. Erelid is 1° een schenkend lid. Dit is een natuurlijke - of rechtspersoon die, via een schenking, zijn belangstelling voor het doel en de activiteiten van het Instituut aantoont; 2° een lid Honoris Causa. Dit is een persoonlijkheid voorgedragen door het Bestuur; 3° een lid voor het leven. Dit is een lid van het Instituut, voorgedragen door het Bestuur, die 1° minstens 35 jaar aan het Instituut of de Koninklijke Vereniging van Belgische Actuarissen (K.V.B.A.) aangesloten geweest is; 2° bijgedragen heeft tot de ontwikkeling van het Instituut of de K.V.B.A. E. Corresponderend lid is een persoonlijkheid, al dan niet actuaris, die speciale diensten verleent of verleend heeft aan de Actuariële Wetenschappen. Hij of zij wordt voorgedragen door het Bestuur.
|
|
|
HOOFDSTUK III |
|
|
Art. 6 Het Instituut wordt geleid door het Bestuur, bijgestaan door het Accreditatiecomité (ComAc), het Comité Education (ComEd) , het Comité Internationale Zaken (ComInt) en het Comité Beroepsbelangen (ComProf). HET BESTUUR Art. 7 Het Bestuur heeft als plicht alle handelingen te verrichten die nodig of nuttig zijn voor het bereiken van het doel van het Instituut, met uitzondering van die welke bij wet of door deze Statuten worden voorbehouden aan de Algemene Vergadering, het ComAc, ComEd, het ComInt en het ComProf. Om dit doel te bereiken zal het Bestuur in het bijzonder: 1° de informatie naar de leden toe verzekeren, in het bijzonder wat de activiteiten van het Instituut betreft. Het bepaalt de inhoud van deze informatie in samenwerking met de andere Comités en stelt de middelen ter beschikking die het meest geschikt en het meest doeltreffend zijn om deze opdracht te vervullen. Het kan voor deze opdracht de machtiging geven aan één of meerdere van zijn leden die dan de coördinatie op zich zullen nemen van de te ondernemen acties; 2° volmacht verlenen bij speciale lastgeving. Het Instituut wordt bij akte of in rechte vertegenwoordigd door ofwel twee leden van het Bestuur waaronder verplicht de voorzitter of de ondervoorzitter, ofwel enig ander persoon die daartoe is aangewezen door het Bestuur; 3° de contacten met de autoriteiten, officiële instanties, professionele organisaties, andere verenigingen van actuarissen en de pers, met het oog op het promoten van het Instituut en zijn standpunten, onderhouden. Het Bestuur neemt de communicatie hiervan op zich; 4° het Huishoudelijk Reglement opstellen, met het oog op het uitvoeren van de Statuten. Art. 8 Overeenkomstig art. 4.4° van de wet van 31 maart 1898 mag het Bestuur enkel worden toevertrouwd aan Belgen of aan vreemdelingen die gemachtigd zijn zich in het Rijk te vestigen en ingeschreven zijn in het bevolkingsregister. Benevens de Voorzitter bestaat het Bestuur uit tien leden, acht effectieve leden en twee kandidaat leden. Tot de acht effectieve leden behoren de Ondervoorzitter, tevens Voorzitter van het ComInt, de Voorzitter van het ComEd, de Voorzitter van het ComProf en de Secretaris-Generaal. Art. 9 Voor elke periode van vier jaar, behoren de Voorzitter en de Voorzitter van het ComEd tot dezelfde taalgroep. De Ondervoorzitter, de Voorzitter van het ComProf en de Secretaris-Generaal behoren tot de andere taalgroep. Bij elke nieuwe vierjarige periode worden de taalgroepen omgewisseld. De verdeling van de andere mandaten, daarin begrepen die van de kandidaat leden, geschiedt paritair. Art. 10 De Voorzitter moet effectief lid zijn, zijn hoofdberoepsactiviteit in België uitoefenen en ten minste tien jaar als effectief lid aangesloten zijn, op de datum van de Algemene Vergadering waarop hij verkozen wordt. Art. 11 De mandaten van de leden van het Bestuur gelden twee jaar en zijn één keer hernieuwbaar voor de Voorzitter, de Ondervoorzitter, de Voorzitter van het ComEd, de Voorzitter van het ComProf en de Secretaris-Generaal. Voor de andere leden zijn de mandaten, zolang zij aan de voor hun benoeming vereiste criteria voldoen, onbeperkt hernieuwbaar. Art. 12 De kandidaturen voor het Bestuur moeten ter kennis van de fungerend voorzitter van het Bestuur worden gebracht ten minste één maand voor de datum van de Statutaire Algemene Vergadering waarop de verkiezing plaatsvindt. De verkiezing van de leden van het Bestuur geschiedt door de jaarlijkse Statutaire Algemene Vergadering bij eenvoudige meerderheid met dalende volgorde van het aantal stemmen voor elke taalrol. De effectieve leden in het Bestuur kunnen uitsluitend door effectieve leden verkozen worden. De kandidaat leden in het Bestuur kunnen uitsluitend door kandidaat leden verkozen worden. Art. 13 Het Bestuur komt zo vaak samen als het belang van het Instituut dit vereist, en in principe om de maand. De Voorzitter is bovendien verplicht het Bestuur samen te roepen als ten minste drie leden van het Bestuur hem daar schriftelijk om verzoeken. Bij afwezigheid van de Voorzitter wordt het Bestuur voorgezeten door de Ondervoorzitter of bij ontstentenis door het oudste lid. Het Bestuur kan slechts geldig beraadslagen en beslissen wanneer minstens drie van zijn leden persoonlijk aanwezig zijn. Wanneer een lid afwezig is, kan hij schriftelijk een medebestuurslid machtigen om hem te vertegenwoordigen op een welbepaalde bestuursvergadering en er namens hem te stemmen over de agendapunten die hij ondubbelzinnig aanwijst. Een aldus gemachtigd lid kan evenwel niet meer dan één ander lid vertegenwoordigen. In het geval dat een of meerdere plaatsen in het Bestuur vacant worden ten gevolge van ontslag, schrapping, overlijden of langdurige onbeschikbaarheid, hebben de overige leden het recht om in de voorlopige invulling te voorzien. In dit geval, gaat de Algemene Vergadering tijdens zijn eerste daaropvolgende vergadering over tot de definitieve verkiezing. Het lid dat in bovenvermelde voorwaarden aangeduid wordt, voltooit het mandaat van het lid dat hij vervangt. Wanneer een lid van het Bestuur zonder geldige reden op vijf opeenvolgende vergaderingen afwezig blijft, kan het Bestuur aan de Algemene Vergadering voorstellen om dat lid van het Bestuur uit te sluiten. Art. 14 Elke beslissing van het Bestuur wordt bij eenvoudige meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen, is de stem van degene die de bestuursvergadering voorzit, doorslaggevend. De beslissingen van het Bestuur worden vastgelegd in notulen. Art. 15 De Secretaris-Generaal heeft de functie van penningmeester; hij superviseert en coördineert alle administratieve activiteiten van de vereniging. Hij is verantwoordelijk voor de ontvangsten en uitgaven, de opmaak van het budget,de boekhouding en het beheer van de financiële beleggingen. Op regelmatige tijdstippen brengt hij hierover verslag uit bij het Bestuur. Art. 16 Het Bestuur benoemt een Directeur die verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer. De Directeur verleent, onder meer, diensten op het vlak van administratieve ondersteuning met betrekking tot de basisactiviteiten , de Comités en de werkgroepen.
GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR DE VIER STATUTAIRE COMITES Art. 17 De mandaten van de verkozen leden lopen over twee jaar en zijn voor dezelfde termijn onbeperkt hernieuwbaar. De verkiezing geschiedt door de jaarlijkse Statutaire Algemene Vergadering bij eenvoudige meerderheid met dalende volgorde van het aantal stemmen voor elke taalrol. De effectieve leden in de diverse Comités kunnen uitsluitend door effectieve leden verkozen worden. De kandidaat leden in de diverse Comités kunnen uitsluitend door kandidaat leden verkozen worden. In elk comité, behalve in het ComAc, kunnen maximaal twee geassocieerde leden zetelen. Deze worden verkozen door alle leden van het Instituut. Art. 18 In het geval dat een of meerdere plaatsen in de Comités vacant worden ten gevolge van ontslag, schrapping, overlijden of langdurige onbeschikbaarheid, hebben de overige leden het recht om in de voorlopige invulling te voorzien. In dit geval, gaat de Algemene Vergadering tijdens zijn eerste daaropvolgende vergadering over tot de definitieve verkiezing. Het lid dat in bovenvermelde voorwaarden aangeduid wordt, voltooit het mandaat van het lid dat hij vervangt. Wanneer een lid van de Comités zonder geldige reden op vijf opeenvolgende vergaderingen afwezig blijft, kan het Bestuur aan de Algemene Vergadering voorstellen om dat lid van de Comités uit te sluiten. Art. 19 De Comités komen ten minste vier keer per jaar samen, behoudens vrijstelling toegestaan door het Bestuur. Van elke vergadering worden notulen opgemaakt. Art. 20 De Voorzitters van de Comités zijn verplicht hun Comité samen te roepen indien ten minste drie leden van het Comité dit schriftelijk aanvragen. Art. 21 Elk Comité kan slechts geldig beraadslagen en beslissen wanneer minstens drie van zijn leden persoonlijk aanwezig zijn. Wanneer een lid afwezig is, kan hij schriftelijk een lid van het Comité machtigen om hem te vertegenwoordigen op een vergadering en er namens hem te stemmen over de agendapunten die hij ondubbelzinnig aanwijst. Een aldus gemachtigd lid kan evenwel niet meer dan één ander lid vertegenwoordigen. Elke beslissing van het Comité wordt bij eenvoudige meerderheid der stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van degene die de vergadering van het Comité voorzit, doorslaggevend. Art. 22 Elk Comité kan een tijdelijke werkgroep oprichten volgens de behandelde onderwerpen. De werkgroepen, die openstaan voor alle leden van de vereniging, worden altijd voorgezeten door een lid van het betrokken Comité of een lid dat daartoe gemachtigd werd met het goedvinden van het Bestuur. Art. 23 Geen enkel van deze vier Comités mag enige publicatie of stellinginname verrichten zonder de goedkeuring van het Bestuur. ACCREDITATIECOMITE (ComAc) Art. 24 Het ComAc is belast met het waken over de correcte toepassing van de voorwaarden tot toetreding en uittreding van de diverse categorieën leden. Om dit doel te bereiken zal het ComAc in het bijzonder: 1° de ledenlijst bijhouden. Elk lid kiest op het moment van toetreding de taalrol waarin hij of zij opgenomen wenst te worden. In de ledenlijst wordt er op elk ogenblik ook melding gemaakt van de categorie tot dewelke het lid behoort alsook van alle andere relevante informatie; 2° waken over de actuariële opleiding van de leden met al de vereiste waarborgen betreffende beroepsernst, bevoegdheid, onafhankelijkheid, objectiviteit, waardigheid, vertrouwelijkheid en beroepseerlijkheid; 3° de aangeboden opleidingen die in aanmerking komen voor accreditatie evalueren. Het ComAc wijst aan de opleidingen de corresponderende Continuing Professional Development (CPD) punten toe volgens de regels vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement; 4° nagaan of de toelatingsvoorwaarden voor buitenlandse actuarissen, die niet genieten van de wederzijdse erkenning conform de regels van de GC en de IAA vervuld zijn; 5° onderzoeken van onder andere of de programma’s in de actuariële wetenschappen, aangeboden door de Belgische universiteiten, conform zijn met de vereisten gesteld in verband met de wederzijdse erkenning van het diploma van actuaris binnen de GC en de IAA. Het deelt zijn opmerkingen en voorstellen terzake aan de universiteiten mee. Het ComAc brengt het Bestuur hiervan ook op de hoogte. Art. 25 Het ComAc is samengesteld uit de Voorzitter van het Bestuur, de Ondervoorzitter, de Voorzitter van het ComEd, de Voorzitter van het ComProf, de Secretaris-Generaal en de Directeur. Het ComAc wordt voorgezeten door de Voorzitter van het ComEd. Het ComAc kan zich laten bijstaan door experten.
COMITE BEROEPSBELANGEN (ComProf) Art. 26 Het ComProf is belast met de behartiging, de vertegenwoordiging en de verdediging van de beroepsbelangen en de verdere uitbouw van het beroep van actuaris. Om dit doel te bereiken zal het ComProf in het bijzonder: 1° de problematiek die het beroep van actuaris kan aanbelangen, indien opportuun geacht, bestuderen; 2° een normatief kader voor het uitvoeren van de opdrachten die aan haar leden worden toevertrouwd en waarin de actuariële standaarden voor het uitvoeren van deze opdrachten duidelijk omschreven zijn in een deontologische code uitwerken. Deze deontologische code en eventuele latere aanpassingen dienen eerst te worden voorgesteld aan het Bestuur alvorens ze ter stemming te worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering; 4° de technische standpunten, voorbereid door de diverse werkgroepen en ingenomen door het Instituut, coördineren; 5° informatie die nuttig is voor de uitoefening van het beroep van actuaris verzamelen en verspreiden onder de leden van het Instituut; 6° het openbaar gezag, de financiële instellingen alsmede de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen, indien ze hierom gevraagd worden bijstaan in het onderzoek van de problemen die behoren tot het beroepsdomein; 7° belast worden met de marketing en de promotie van het beroep van actuaris. Art. 27 Benevens de Voorzitter bestaat dit Comité uit minstens acht andere effectieve leden, minstens twee kandidaat leden en hoogstens twee geassocieerde leden. Art. 28 Op voordracht van het ComProf duidt het Bestuur, onder de leden van het Instituut, een vertegenwoordiger aan in technische of professionele commissies die zich over problemen gerelateerd aan de actuariële problematiek buigen.
COMITE EDUCATION (ComEd) Art. 29 Het ComEd is belast met het waken over de actuariële opleiding van haar leden met al de vereiste waarborgen betreffende beroepsernst, bevoegdheid, onafhankelijkheid, objectiviteit, waardigheid, vertrouwelijkheid en beroepseerlijkheid. Om dit doel te bereiken zal het ComEd in het bijzonder: 1° de syllabus die de kwalificaties van de leden van het Instituut weergeeft ontwikkelen; 2° het Continuous Professional Development (CPD) programma ontwikkelen en de bijhorende cursussen organiseren; 3° de IA|BE Leerstoel inrichten; 4° seminaries en vergaderingen van wetenschappelijke aard waarvan het de onderwerpen vastlegt en voor dewelke het sprekers aantrekt organiseren; 5 de IA|BE Summer School organiseren; 6° opleiding- en informatiesessies organiseren en coördineren, eventueel samen met de universitaire kringen en de andere verenigingen van actuarissen; 7° contacten met alle instellingen van het land die onderwijs in de actuariële wetenschappen verstrekken opbouwen; 8° wetenschappelijke artikelen en informatieve documenten in verband met het beroep van actuaris ontvangen en publiceren; 9° de IA|BE Prijs inrichten. Art. 30 Het ComEd bestaat uit een Voorzitter die niet tot de academische wereld behoort en minstens vijftien andere leden, waaronder minstens dertien effectieve leden, minstens twee kandidaat leden en hoogstens 2 geassocieerde leden. De departementen actuariële wetenschappen van elke Belgische universiteit kunnen een vertegenwoordiger, die tevens effectief lid is van het Instituut, afvaardigen. De Voorzitters van de actuariële verenigingen erkend door het Bestuur en die oud-studenten van een Belgische universiteit groeperen, maken, indien zij effectief lid van het Instituut zijn, van rechtswege deel uit van het ComEd. Ze kunnen zich laten vertegenwoordigen door een lid van hun vereniging die zij aanstellen op voorwaarde dat die ook effectief lid is van het Instituut. Art. 31 Op vraag van het Bestuur vaardigt het ComEd tussen zijn leden de afgevaardigden van het Instituut in gelijkaardige comités van internationale organisaties af, voor zover deze organisaties een vertegenwoordiging van het Instituut voorzien COMITE INTERNATIONALE ZAKEN (ComInt) Art. 32 Het ComInt is belast met de opvolging van de internationale aspecten gerelateerd aan het beroep van actuaris. Om dit doel te bereiken zal het ComInt in het bijzonder: 1° de werkzaamheden van internationale organisaties erkend door het Bestuur opvolgen en de Algemene Vergadering en het Bestuur hierover inlichten; 2° de standpunten van het Instituut over problemen die haar door de internationale instanties worden voorgelegd voorbereiden, deze standpunten aan het Bestuur voorleggen, deze standpunten, na akkoord van het Bestuur, in deze internationale organisaties voorleggen en verdedigen; 3° contacten met buitenlandse actuarissen en hun nationale verenigingen alsook met andere internationale verenigingen van actuarissen onderhouden; 4° de leden van het Instituut bij al dan niet officiële instanties, nationaal of internationaal, vertegenwoordigen. Art. 33 Het ComInt bestaat uit een Voorzitter, tevens Ondervoorzitter van het Bestuur. Benevens de Voorzitter, bestaat dit Comité uit minstens twaalf andere effectieve leden van het Instituut en hoogstens twee geassocieerde leden. De effectieve leden van het Instituut, lid van de bestuursorganen van de door het Bestuur erkende internationale organisaties, maken van rechtswege deel uit van het ComInt. De vertegenwoordigers in de comités opleiding van de GC en de IAA zijn eveneens van rechtswege lid van het ComInt. Art. 34 Op vraag van het Bestuur vaardigt het ComInt onder zijn leden de vertegenwoordiger van het Instituut in comités van internationale organisaties af, voor zover deze organisaties een vertegenwoordiging van het Instituut voorzien.
|
|
|
HOOFDSTUK IV |
|
|
ALGEMENE BEPALINGEN Art. 35 De leden van het Instituut komen samen in Algemene Vergadering, in Statutaire Algemene Vergadering of in Buitengewone Algemene Vergadering. Alle vergaderingen worden voorgezeten door de Voorzitter van het Bestuur, of bij ontstentenis, door de Ondervoorzitter of, bij ontstentenis van deze laatste, door de Secretaris-Generaal. Bij ontstentenis van voorgaande personen zal de vergadering worden voorgezeten door het oudste aanwezige lid. Er worden notulen opgesteld van elke vergadering. ALGEMENE VERGADERINGEN – STATUTAIRE ALGEMENE VERGADERINGEN Art. 36 Periodiek worden de leden samengeroepen op een Algemene Vergadering. Zij wordt samengeroepen door het Bestuur van het Instituut die de dagorde ervan opstelt, waarbij onder meer elk punt wordt opgenomen dat door minstens tien effectieve leden werd aangevraagd. Art. 37 De Algemene Vergadering: 1° bespreekt alle onderwerpen die het Instituut aanbelangen en die haar worden voorgelegd; 2° stemt over de goedkeuring van en de wijzigingen aan het Huishoudelijk Reglement. Art. 38 De Statutaire Algemene Vergadering komt elk jaar vóór midden maart samen. Art. 39 Tijdens de Statutaire Algemene Vergadering brengt het Bestuur verslag uit over de belangrijkste werkzaamheden van het afgelopen jaar. De Statutaire Algemene Vergadering: 1° verkiest, per geheime stemming, de leden van het Bestuur, van het ComEd, van het ComInt en van het ComProf, met uitzondering van die leden die automatisch van rechtswege deel uitmaken van de desbetreffende Comités; 2° bepaalt het bedrag van de jaarlijkse bijdragen van de leden van het Instituut; 3° keurt de jaarrekening, afgesloten op eenendertig december van het voorgaande jaar en het gebruik van de activa en de geldmiddelen van het Instituut goed; 4° keurt het budget voor het lopende jaar, voorgedragen door het Bestuur, goed; 5° geeft kwijting aan het Bestuur en de commissarissen. BUITENGEWONE ALGEMENE VERGADERINGEN Art. 40 De Buitengewone Algemene Vergadering stemt over: 1° de goedkeuring van en de wijzigingen aan de Statuten; 2° de goedkeuring van en de wijzigingen aan de Deontologische Code; 3° de omvorming en/of ontbinding van het Instituut. STEMMINGEN Art. 41 Alleen de effectieve en kandidaat leden hebben stemrecht. Elk afwezig stemgerechtigd lid kan volmacht verlenen aan een ander aanwezig stemgerechtigd lid. De volmachten worden gehecht aan de notulen. Het aantal volmachten per stemgerechtigd is hoogstens drie. Alle beslissingen, met uitzondering van deze vermeld in Art. 39 1°, worden genomen per opgeheven hand (rekening houdend met de volmachten), behalve wanneer een lid de geheime stemming vraagt. MEERDERHEDEN Art. 42 Door eenvoudige meerderheid bedoelt men méér dan vijftig ten honderd van de geldig uitgebrachte stemmen, zonder rekening te houden met de onthoudingen. Art. 43 De beslissingen van de Algemene Vergaderingen, de Statutaire Algemene Vergaderingen en de Buitengewone Algemene Vergaderingen, behalve deze met betrekking tot de wijzigingen aan of herzieningen van de Statuten en de omvorming of ontbinding van het Instituut, worden met de eenvoudige meerderheid genomen. Art. 44 In geval van wijziging of herziening van de Statuten alsmede in geval van ontbinding van het Instituut dient: 1° hiervoor “opzettelijk” een Algemene Vergadering worden bijeengeroepen; 2° op deze opzettelijk bijeengeroepen Algemene Vergadering tenminste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig te zijn. Stemgerechtigde leden die belet zijn de vergadering bij te wonen kunnen zich door een ander stemgerechtigd lid, houder van een speciale volmacht, laten vertegenwoordigen. In dat geval komen zij ook in aanmerking voor de berekening van het aantal van de vereiste aanwezigheden; 3° de stemming een meerderheid van ten minste drie vierden van de aanwezige leden op te leveren. Indien de Algemene Vergadering niet de helft van de stemgerechtigde leden vertegenwoordigt, kan een nieuwe met hetzelfde doel bijeengeroepen Algemene Vergadering geldig stemmen, welk ook het aantal aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden is.
|
|
|
HOOFDSTUK V |
|
|
Art 45 De inkomsten van het Instituut bestaan uit:
Art. 46 De jaarlijkse bijdrage is verplicht voor de effectieve leden, de geassocieerde leden en de kandidaat leden . De bedragen van deze bijdragen worden vastgesteld bij elke jaarlijkse Statutaire Algemene Vergadering. De Secretaris-Generaal is belast met de inning van de bijdragen. Art. 47 De Secretaris-Generaal is verantwoordelijk voor het opstellen van de jaarrekening. Het toezicht op de afsluiting van de jaarrekening berust bij twee commissarissen. Zij zijn effectieve leden aangesteld door de Statutaire Algemene Vergadering en maken geen deel uit van het Bestuur. De rekeningen dienen door de Secretaris-Generaal twee weken voor de Statutaire Algemene Vergadering ter beschikking van de leden worden op de zetel van het Instituut. Het Bestuur stelt de jaarrekening ter goedkeuring voor op de jaarlijkse Statutaire Algemene Vergadering. Zij wordt openbaar gemaakt mits instemming van de Statutaire Algemene Vergadering. De aldus goedgekeurde rekeningen worden, samen met de andere bescheiden vermeld in artikel acht van de wet van eenendertig maart achttienhonderd acht en negentig, voor de eerste april van elk jaar door het Bestuur verzonden naar het Ministerie van Arbeid en Tewerkstelling. Het Bestuur stelt de beleggingsstrategie over de aanwending van de activa en geldmiddelen van het Instituut, binnen de limieten van de wet van eenendertig maart achttienhonderd achtennegentig, ter goedkeuring voor aan de Statutaire Algemene Vergadering. De activa van de Instituut, vatbaar voor bewaargeving, zullen belegd worden bij kredietinstellingen gelegen in België en aanvaard door de CBFA of door de autoriteit bevoegd in de lidstaat van de Europese Gemeenschap waarin deze instellingen hun maatschappelijke zetel hebben. |
|
|
|
|
|
HOOFDSTUK VI Schorsing – Ontslag – Geschillenregeling |
|
|
Art. 48 Een lid van het Instituut kan door het Bestuur geschorst worden indien het lid - zijn bijdrage niet betaalt nadat een aan hem toegezonden aangetekende ingebrekestelling gedurende dertig dagen na verzending zonder gevolg is gebleven; - de Deontologische Code niet respecteert. Wanneer een effectief lid van het Instituut fraude pleegt ten aanzien van het CPD systeem zoals beschreven in het Huishoudelijk Reglement, dan wordt hij gesanctioneerd. Bij de eerste vaststelling krijgt hij een waarschuwing van het Bestuur, een tweede vaststelling geeft aanleiding tot schorsing en dit voor een periode van 6 jaar. Het Bestuur kan de schorsing ongedaan maken wanneer het lid terug aan de voorwaarden voldoet. Art. 49 Elk lid van het Instituut kan ten allen tijde vragen om geschrapt te worden van de ledenlijst door een eenvoudig schriftelijk verzoek aan de Voorzitter van het Bestuur te richten. Elk lid van het Instituut kan van de ledenlijst geschrapt worden op grond van een besluit van een Algemene Vergadering. Die beslist:
Art. 50 De betrokkene moet, voor het plaatsvinden van de Algemene Vergadering zoals bepaald in art. 49 §2, worden verzocht en toegestaan zich te verdedigen voor een Raad die samengesteld is uit de drie laatste nog in leven zijnde voorzitters van de beroepsvereniging en/of Instituut. Art. 51 Bij elke betwisting die ontstaat binnen het Instituut en bij elk geschil waarbij een lid van het Instituut bij de uitoefening van zijn beroep tegenover een derde komt te staan, zal het Bestuur trachten, in overleg met de betrokken partijen, het geval te regelen door verzoening of door arbitrage, in overeenstemming met de bepalingen van de Deontologische Code. Wanneer de Statuten, de Reglementen of Deontologische Code worden overtreden, kan het ComAc, in samenspraak met het ComProf, de volgende sancties treffen:
De betrokkene moet worden verzocht en toegestaan zich te verdedigen tegenover een Raad die samengesteld is uit de drie laatste nog in leven zijnde voorzitters van de beroepsvereniging en/of Instituut.
|
|
|
HOOFDSTUK VII |
|
|
Art. 52 Alle wijzigingen aan de Statuten, de omvorming en de ontbinding van het Instituut worden door het Bestuur met redenen omkleed voorgelegd aan alle stemgerechtigde leden, ten minste één maand voor de Buitengewone Algemene Vergadering opgeroepen om zich hierover uit te spreken. Art. 53 In geval van ontbinding en na betaling van de schulden zal het vermogen van het Instituut als volgt verdeeld worden: Het bedrag van de schenkingen en legaten gaat terug naar de schenker of naar zijn erfgenamen en rechtverkrijgenden, voor zover dit recht tot terugneming bedongen werd in de akte van schenking en dat de vordering ingesteld wordt binnen het jaar dat volgt op de bekendmaking van de akte van ontbinding. Het netto-actief, na eventuele aftrek van het bedrag van de aan het Instituut gedane schenkingen en legaten, wordt toegekend aan een door de Buitengewone Algemene Vergadering aangewezen soortgelijke of aanverwante vereniging. De meerderheid vereist om te beslissen over de aanwending van het actief is de speciale meerderheid, zoals in artikel 44 bepaald.
|
|
|
HOOFDSTUK VIII |
|
|
Art. 54 De huidige Statuten vernietigen en vervangen de voorgaande Statuten van de beroepsvereniging na de stemming zoals bepaald in Art. 40. Art. 55 De personen die lid waren van de beroepsvereniging op basis van de voorgaande Statuten worden automatisch effectief lid. De anciënniteit, verworven als lid van de beroepsvereniging, wordt automatisch meegenomen naar het Instituut en wordt, onder meer, in aanmerking genomen voor de toepassing van art. 10. Art. 56 De Comités, werkzaam op het moment van de oprichting van het Instituut, zullen in hun huidige vorm en samenstelling verder blijven functioneren en dit tot aan de volgende verkiezingen die voor half maart 2011 plaats zullen vinden. Het ComAc, zoals bepaald in Art. 24 en Art. 25 , zal na de goedkeuring van de Statuten tijdens een Buitengewone Algemene Vergadering zoals bepaald in Art. 40 opgericht worden. Art. 57 Het Huishoudelijk Reglement en de Deontologische Code, van toepassing op het moment van de oprichting van het Instituut, blijven van kracht tot na de goedkeuring van het nieuwe Huishoudelijk Reglement en de nieuwe Deontologische Code tijdens een Buitengewone Algemene Vergadering zoals bepaald in Art. 40.
|
|
|
|
|






