Skip to Content
U kunt inloggen met uw gebruikersnaam of e-mail adres.
Het wachtwoord veld is hoofdlettergevoelig.

Talen

Geschiedenis: Alles begon in 1895 ...

Het IA|BE volgt de KVBA op

Het Instituut van de Actuarissen in België, die de Belgische actuarissen verenigt, is het resultaat van de omzetting van de Koninklijke Vereniging van de Belgische Actuarissen, afgekort KVBA. Rekening houdend met de Europese evolutie hebben we deze Vereniging in een Instituut willen omzetten om beter tegemoet te komen aan de behoeften van onze leden en aan de wensen van de werkgevers en toezichthoudende instanties. Anderzijds hebben we ook de benaming van “Belgische” actuarissen willen vervangen door actuarissen “in België”, waarvan de betekenis voor iedereen wèl duidelijk zal zijn.

Oorsprong van het actuariaat in België

De geschiedenis van de KVBA begint eind XIXde eeuw, meer bepaald in 1895. Bij het einde van deze eeuw is België actief, realistisch en ondernemend. België is tot een industriële macht uitgegroeid. Toen wilden drie personen resoluut aantonen dat er aan de levensverzekeringen om aan de aangegane verbintenissen te voldoen een wiskundige basis van tarificatie, beheer en reserveverplichtingen diende gegeven te worden

Naar het voorbeeld van de sterke figuren van het bedrijfsleven, van de financiën en ontdekkingen in de omgeving van Leopold II, gingen ze vastberaden te werk om de volgende 3 doelstellingen te bereiken.

Eerste doelstelling : aan de belanghebbende partijen laten weten wat een actuaris is, in de betekenis gegeven door de Britse “actuaries”, met name een specialist die strikte wetenschappelijke methodes hanteert die op de theorie van de kansberekening berusten en die op het beheer van levensverzekeringen worden toegepast.

Tweede doelstelling : de toen meest moderne en ontwikkelde actuariële methodes verspreiden door het uitgeven van een Franse vertaling van het werk “Text Book of the Institute of Actuaries”, een verzamelbundel van de theorie en praktijk van de op het menselijk leven gebaseerde financiële transacties.

Derde doelstelling : bijdragen tot de ontwikkeling van de actuariële wetenschap door actuarissen van over de hele wereld bijeen te brengen, door uitwisselingen en communicaties via de nationale verenigingen te bevorderen, en door een eerste internationaal congres van actuarissen te organiseren.

Deze 3 vastberaden en ambitieuze heren heetten Amédée Begault, Charles Le Jeune en Léon Mahillon.

Amédée Begault heeft het « Text Book » waarheidsgetrouw vertaald. Door zijn relaties op gebied van nationale en internationale makelaardij is Charles le Jeune een efficiënte rolspeler geweest tussen de actuarissen van de verschillende landen en een onvermoeibare promotor van initiatieven. De derde persoon, Algemeen Directeur van de Spaar- en Lijfrentekas, wendde zijn invloed binnen de Regering en het Parlement aan om een campagne ter bevordering van de actuaris en zijn wetenschap op gang te brengen.

Bij hun onderneming zijn grote spelers van het beroep nauw betrokken geweest. Uit Groot-Brittannië hebben we George King, de hoofdauteur van de “Text Book” en uit Frankrijk, Léon Marie die toen terecht als een markante figuur van het Franse Instituut van Actuarissen werd beschouwd.

Op 8 januari 1895 bracht Léon Mahillon 5 personen bij elkaar om de Vereniging van de Belgische Actuarissen op te richten. Kort daarna gingen ze de kans grijpen om hun bestaan te bekrachtigen : via de discussie in het parlement van een wetsontwerp over Beroepsverenigingen en via de organisatie in september 1895 van het eerste Internationale Congres van Actuarissen waarvan ze de verantwoordelijkheid op zich zouden nemen.

Deze figuren waren Henri Adan, eerste Voorzitter van de Vereniging, Algemeen Directeur van de Royale Belge, Léon Duboisdenghien, actuaris bij de Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK), Amédée Begault, actuaris bij de Compagnie Belge d’Assurances Générales, Omer Lepreux, Directeur van de ASLK en Léon Mahillon, Algemeen Directeur van de ASLK.

… en op internationaal vlak

De vereniging was nauwelijks opgericht of in Brussel vond van 2 tot 6 september 1895 het eerste Internationale Congres van Actuarissen, waarvan de organisatie en het goede verloop in de handen berustten van de bovengenoemde personen, plaats.

De grote onderwerpen waren toen de pensioenen, de financiëring van pensioenfondsen, de vergelijking van de capitalisatie- en distributiesystemen, een nog bescheiden schets van gemengde systemen, de problemen met betrekking tot de investering van de technische reserves in overheidsfondsen, het evenwicht van verzekeringsondernemingen actief in “arbeidsongevallen”. De uiteenzetting van de door de verschillende vergoedingen zeer complexe berekeningsprincipen van de premies op dit gebied , de controle en kritiek op het beheer van bepaalde ziekenfondsen, enz. werden kritisch onderzocht.

Een poging om een definitie te geven van de werkloosheid die recht geeft op uitkeringen zou vandaag een algemene staking en rellen uitlokken.

Het eerste Internationaal congres van de Actuarissen in 1895 richtte het Permanent Comité van de Internationale Congressen van Actuarissen op dat later de Association Actuarielle Internationale (AAI) zou worden. Het Comité zorgde voor de ontwikkeliing van de actuariële wetenschappen door de theoretische vooruitgang en de praktische toepassingen aan te moedigen. Het speelde een belangrijke rol o.m. in de verspreiding en de latere vooruitgang van de “non-life” theorieën, van de risicotheorie, van de studie van deterministische of stochastische modellen, niet alleen van risico’s mbt verzekering, maar ook van financiële risico’s, wat nog steeds een actuele bezorgdheid is voor de actuarissen.

Na 1895 en gedurende bijna een eeuw zetelde eerst het Comité en daarna de Vereniging in Brussel. Het Bureau (Voorzitter, Secretaris Generaal en Schatbewaarder) was uit Belgische actuarissen samengesteld.

Dit was opnieuw een verdienstelijk initiatief van de reeds genoemde vooraanstaande figuren.

Langzame ontwikkeling van het beroep

Tussen 1920 en 1940 draait de Vereniging stationair. In 1920 telt ze 26 geaggregeerde leden. In 1930 en 1940 zijn het respectievelijk 28 en 31 leden.

Ze blijft duidelijk in een ivoren toren werken en speelt op publiek vlak slechts een tweedehandsrol. Wat er in de praktijk onthouden kan worden is dat een paar leden meewerkten aan de tarieven die aan de basis zullen liggen voor de “individuele capitalisatie ” wetten voor de pensioenen van de arbeiders (1925) en van de bedienden (1930).

En nochtans telde de Vereniging vooraanstaande personen

Wie zeker niet vergeten mag worden is Louis Maingie, met zijn opmerkelijke theoretische studie van de verzekering “arbeidsongevallen” en daarna zijn werken “Théorie de l’intérêt” en “Théorie des opérations viagères” waarvan het synthetisch karakter en de pedagogische kwaliteit voor de toenmalige periode (1932) opmerkelijk zijn.

Er was ook een te bescheiden - en bijgevolg onbekende - wiskundige en statisticus, getint met een vleugje filosofie. Hij heette Jean-Henri Baptist en, als professor aan het Institut des Sciences Actuarielles van de UCL van sinds de oprichting ervan, gaf hij aan zijn studenten een echte filosofie van de kanstheorieën mee.

Robert Consael was bescheiden, zwijgzaam en teleurgesteld over het politiek spel, maar hij was een “universele” actuaris, een theoreticus in risico’s, op alle vlakken van het verzekeringswezen zoals zijn lessen aan de ULB vlak na de tweede wereldoorlog het zullen weerspiegelen. Hij werd er vanaf 1946 een centrale pijler en een groot professor in de afdeling van de Actuariële Wetenschappen die opgericht werd kort na de heropening van de ULB.

In 1934 werd Edouard Franckx, toen leerkracht aan de de Koninklijke Militaire School, als geaggregeerd lid toegelaten. Het is pas later, van 1950 tot zijn dood in januari 1988, dat hij een opmerkelijke gave toonde om talrijke problemen inzake waarschijnlijkheidsleer te ontwikkelen, uit te werken en wiskundig uit te drukken.

Als Koninklijke Commissaris heeft E. Van Dievoet herhaaldelijk een belangrijke rol gespeeld bij het opstellen van de wet van 25 juni 1930 betreffende de controle op levensverzekeringsondernemingen en bij de langzame voorbereiding van de modernisering van de algemene wet van 1874. In 1930 heeft dhr E. Van Dievoet de synthese van zijn bedenkingen, suggesties en aanbevelingen ter zake gepubliceerd onder de titel “L’assurance en Belgique”.

In 1939 opende de UCL haar “Institut des Sciences Actuarielles » (met een programma duidelijk op deze suggestie geïnspireerd). Dit was ook de ULB van plan, maar de oorlog in 1940 en de sluiting van de ULB in november 1941 door de bezettingsinstanties hebben de zaak tot 1945 uitgesteld.

In 1950 telde de vereniging 41 geaggregeerde of geassocieerde leden. In 1970 waren het 77 geaggregeerde of geassocieerde leden en in 1994 telde ze 480 effectieve leden.

Het wereldcongres van de IAA in Brussel

Eind jaren 80 besiste het Directiecomité van de KVBA , onder het voorzitterschap van Marc Goovaerts en op initiatief van de toenmalige voorzitter van de IAA Henri Rijkers, om de actuarissen uit de hele wereld op een Congres in Brussel uit te nodigen teneinde de honderdste verjaardag van de KVBA en van de IAA te vieren (en ook van de filmindustrie, maar dat is een ander verhaal).

Een congrescomité werd opgericht onder het voorzitterschap van Willy Lenaerts, toen secretaris-generaal van de IAA. Dit Comité werd Comité Rijkers genoemd als eerbetoon aan de persoon die aan de basis stond van dit project en zijn financiering, en die net onverwacht overleden was zonder de uitvoering van dit groots project te hebben kunnen meemaken.

Het project werd inderdaad grandioos. Drieduizend actuarissen, de meesten met hun partner, kwamen op zondag 10/9/1995 bijeen in de grote zaal van het Museum voor Schone Kunsten, daarna in de Leboeuf zaal in het Paleis voor Schone Kunsten voor de openingsceremonie met burggraaf Davignon als gastspreker. Ze brachten de week door in de zalen van het Congrespaleis en eindigden de week met een hoogtepunt, met name het uitzonderlijk optreden van de Ommegang op de Grote Markt van Brussel.

Bij deze gelegenheid gaven de Belgen, die gedurende 100 jaar het voorzitterschap en het secretarIaat van het Permanent Comité van de Congressen en daarna van de IAA op zich hadden genomen, de fakkel door aan onze Canadese vrienden om een permanent beroepssecretariaat te organiseren. Daarbij zou de voorzitter van de IAA voortaan jaarlijks, bij toerbeurt en door middel van verkiezingen aangewezen worden.

Naar meer professionalisme toe

Begin jaren 80 werd de KVBA, onder voorzitterschap van Hubert Befahy, een Erkende Beroepsvereniging.

In hetzelfde decennium werd de Groupe Consultatif opgericht onder het voorzitterschap van Max Lacroix, op initiatief van de Europese Unie (toen nog de EEG) die één aanspreekpunt wilde hebben voor actuarële onderwerpen, of tenminste een gesprekspartner die de stemmen van de Europese actuarissen kon samenbrengen. Dit leidde ons ertoe om een Handvest van Wederzijdse Erkenning te ondertekenen en om een syllabus op te stellen met de minimale vereiste kennis opdat een actuaris in de economische wereld erkenning zou krijgen.

Op Belgisch vlak zijn verschillende initiatieven tot stand gebracht om de zichtbaarheid van de actuarissen te vergroten en om de deur open te zetten voor nieuwe verantwoordelijkheden. In dit kader is er een poging gedaan om boekhouders, revisoren, auditoren en actuarissen onder één dak bijeen te brengen, maar dit soort van ‘Groot Instituut voor Cijferberoepen’ is uiteindelijk niet tot stand gekomen. In 2009 tijdens een historische Algemene Vergadering werd de KVBA in IA|BE omgezet om de uitdagingen van de moderne wereld beter aan te gaan.

En daar begint een ander verhaal ......

Les présidents de l'Association Royale des Actuaires Belges

Henri ADAN (1895 - 1901)

Omer LEPREUX (1901 - 1911)

Amédée BEGAULT (1911 - 1937)

Léon FRANCOIS (1937 - 1950)

Henri VERMEULEN (1950 - 1952)

Jean H. BAPTIST (1952 - 1954)

Henri MAURICE (1954 - 1956)

Edouard FRANCKX (1956 - 1960)

Jacques DE MOOR (1960 - 1964)

Robert ROYER (1964 - 1968)

Roger VLIEBERGH (1968 - 1972)

Paul THYRION (1972 - 1976)

Henri RIJKERS (1976 - 1978)

Hubert BEFAHY (1978 - 1982)

Charles DELEERS (1982 - 1986)

Marc GOOVAERTS (1986 - 1990)

Daniel DEROECK (1990 - 1994)

Valère CROES (1994 - 1996)

Christian DEFRANCQ (1996 - 1999)

Jean-Michel KUPPER (1999 - 2003 )

Karel GOOSSENS (2003 - 2007)

Jean-Claude DEBUSSCHE (2007-2011)  : Création de l'IA|BE

Heidi DELOBELLE  (2011- 2015) : Première femme présidente

Jean-François Hannosset (2015 - ...)

 

 
 
niet aankomen